‘Digitalisering kan de zorg persoonlijker maken’

‘Voor onze cliënten was het een zware periode’. Aan het woord is Monique van Doorn. Zij is directeur van Zeeuwse Zorgschakels. Deze organisatie is verantwoordelijk voor de begeleiding van mensen met dementie.  Met ruim veertig casemanagers dementie ondersteunen zij in Zeeland meer dan 2000 cliënten. 

casemanagement dementie

Monique van Doorn
Monique van Doorn

Deze cliënten wonen thuis en staan voor de uitdaging om het leven met dementie in te richten. Zaken die gewoon waren worden ingewikkelder en de omgeving begrijpt niet meteen wat de ziekte betekent. En er ontstaat in de regel behoefte aan zorg. Alles bij elkaar zorgt dit voor veel regelwerk en een vraag naar informatie en ondersteuning. Daar helpen de casemanagers van Zeeuwse Zorgschakels bij. Zij hebben regelmatig contact met de cliënten en hun mantelzorgers en gidsen hen door de zorg. Dat contact, vaak in de vorm van huisbezoeken, is de core-business van Zeeuwse Zorgschakels.

Mensen die zo sterk gebaat zijn met regelmatig contact en samen met hun omgeving zoeken naar nieuwe verbinding moeten toch wel zwaar geraakt zijn door de lockdown? ‘Inderdaad’, zegt Van Doorn, ‘de crisis had en heeft veel impact op de ontmoeting.’

‘De casemanagers zijn eigenlijk meteen gestart met beeldbellen. In veel gevallen met de cliënt, maar ook met de mantelzorgers.’ In de contacten met deze kring om de cliënten was het beeldbellen erg effectief: ‘Je zag dat de contacten met mantelzorgers en familie werden geïntensiveerd. Het werd gemakkelijker om contact te hebben met kinderen, ook in het buitenland. Dat gold ook voor overleggen in de keten, zoals een overleg met huisartsen, wijkverpleging, welzijnswerk en de dagbesteding.’

In het contact met de cliënten lag dat moeilijker. ‘Met hen hebben we veel meer de klassieke telefoon gebruikt.’ Deze telefoontjes hielpen mensen om structuur en ritme te houden. En dat was hard nodig: ‘Niet alleen onze huisbezoeken vielen weg, maar ook de dagbesteding van veel cliënten. Eigenlijk werden zij geïsoleerd van de samenleving om ze te beschermen, om niet ziek te worden. Maar ondertussen werden mensen wel zieker omdat ze hun routine en hun structuren verloren.’ De eerste twee maanden leek het nog wel te lukken maar daarna kwamen er meer crisissituaties. We zagen dat mensen versneld verslechterden in hun dementie. Gelukkig konden we toen weer bijna weer wat meer huisbezoeken gaan doen.’

lerende netwerken

Naast het casemanagement dementie faciliteert Zeeuwse Zorgschakels drie lerende netwerken. Rond dementie, palliatieve zorg en niet-aangeboren hersenletsel (NAH) worden organisaties en professionals ondersteund om kennis te delen en kennis te verrijken. Ook hier is verbinding de belangrijkste activiteit. De Ootmoeting speelt hier een sleutelrol. Welke impact had de lockdown voor deze ambitie?

‘Hier had het nog de minste impact, want we werken met allemaal professionals samen die toegerust zijn met digitale vergadermogelijkheden. Natuurlijk was het even wennen, trouwens dat is het nog steeds, ontmoeting is meer dan alleen met elkaar online praten. Maar de nood van de crisis heeft wel een enorme versnelling gegeven aan de mogelijkheden voor online ontmoeten. Medewerkers zagen ook voordelen: sommige contacten gaan gemakkelijker en het scheelt tijd.’

Op het vlak van kennis delen bieden digitale platforms grote mogelijkheden. Binnen de Zorgschakels is Breinlijn daar misschien het beste voorbeeld van. Binnen de NAH-keten was men bij complexe casuïstiek tot voor kort afhankelijk van de kennis en het netwerk van de coördinator en enkele experts. Nu is er een digitaal platform, waarin hersenletseldeskundigen landelijk samenwerken. Antwoorden op eerdere vragen zijn toegankelijk voor professionals en cliënten. ‘In het palliatieve netwerk is voor professionals een consultatieteam beschikbaar. Ook hier kan gekeken worden hoe een kennissysteem zoals Breinlijn kennis breder kan verspreiden en beschikbare expertise nog beter benut kan worden.’

‘Voor de langere termijn liggen hier uitdagingen, Zeeuwse Zorgschakels volgt landelijke ontwikkelingen en haakt waar het kan aan. Bij de ontwikkeling van Breinlijn waren we een koploperregio. Lerende netwerken zijn afhankelijk van creativiteit die met name ontstaat via ontmoeting.’ Dat ziet Van Doorn met het beeldbellen wat verschralen: ‘We zullen de vaardigheden moeten ontwikkelen om online ontmoeten, bijvoorbeeld via beeldbellen af te wisselen met andere activiteiten.’ 

Als voorbeeld noemt zij de Zeeuwse Zorgschakeldag: ‘Dit was een evenement, dat al was aangepast aan de regels van het RIVM. We hebben gekozen voor een hybride werkvorm met een webinar waar heel veel mensen aan deel konden nemen en met vier kleine events op locaties door Zeeland heen. Helaas moest op het laatste moment het event volledig online georganiseerd werd. Door de professionele opzet en deskundige technische begeleiding lukte het om bijna 300 gasten betrokken te houden. Dit soort activiteiten helpt ook om te beoordelen wat wel en wat niet online mogelijk is. Die vragen moeten we onszelf namelijk weer opnieuw stellen.’ 

DigiVitaal Zeeland

Monique van Doorn en haar collega’s werkten al enig tijd volgens de Sociale Benadering Dementie. ‘Hierbij gaat het erom om door ontmoeting mensen er zo lang mogelijk bij te houden. Naast het medische verhaal is er bij dementie vooral een sociaal verhaal.’ 

De crisis maakte de noodzaak van digitale ondersteuning extra duidelijk. Dat leidde tot de start van de Sociale Benadering Digitaal. Hierbij krijgen mensen met dementie een tablet die eenvoudig te bedienen is. De beschikbare apps zijn ontwikkeld voor mensen die minder snel schakelen en minder prikkels kunnen hebben. Mensen kunnen foto’s kijken, beeldbellen of televisie kijken. ‘Het gaat erom ontmoetingen via digitale weg te versterken’. Om op die manier mensen meer en langer betrokken te houden bij het gewone leven.

Op Walcheren is in het najaar van 2020 begonnen met een eerste groep van vijftien mensen, komend jaar volgt uitbreiding naar andere delen van de provincie als onderdeel van het grote programma DigiVitaal Zeeland. Binnen dat programma worden ook andere instrumenten ingezet, bijvoorbeeld om mantelzorgers te begeleiden. In Terneuzen en de Oosterschelderegio is daarom al gestart met het project Partner in Balans.

‘Tot voor kort organiseerden we regelmatig “klasjes”. Mantelzorgers komen vijf tot zeven avonden of middagen bij elkaar om met elkaar te praten over hun ervaring en te leren hoe ze het leven met dementie kunnen invullen. Met Partner in Balans, ontwikkeld door de Universiteit van Maastricht, worden professionals getraind om coach te zijn van een mantelzorger en die mantelzorger te helpen die dingen te leren die nodig zijn. Hiermee kunnen we het oorspronkelijke lesaanbod meer individueel ontsluiten en dus meer maatwerk leveren.  Mantelzorgers hoeven dan niet te wachten tot het klasje bij hen in de buurt komt, maar kunnen direct naar de website gaan en met de coach kiezen voor een aantal modules. Die modules kunnen gaan over omgaan met dementie, over verschijnselen en een heleboel praktische dingen. Het aanbod wordt zo persoonlijker en kan gebruikt worden op de tijd dat het de mantelzorger past.’

Toekomst

De eerste stappen in het benutten van digitale instrumenten zijn gezet. Hoe ziet Van Doorn de toekomst? ‘Ik denk dat er mogelijkheden liggen om met nieuwe instrumenten de autonomie van de cliënt te versterken.’ Nu hebben de huisbezoeken de functie om te kijken hoe het met mensen gaat en hen te helpen de juiste ondersteuning te organiseren.
Digitale middelen kunnen daarbij helpen. Als we bijvoorbeeld mensen middelen geven om verhalen te vertellen over wat ze gegeten hebben, of over het bezoek dat er was, dan zijn mensen enerzijds zelf actief aan het bijdragen en anderzijds wordt zichtbaar hoe de dagbesteding is.

‘We zijn eraan gewend geraakt om te zeggen dat de cliënt centraal moet staan. Ik ben dan op mijn hoede. De klant zou niet centraal moeten staan, maar het perspectief van de klant zou de hele begeleiding en ondersteuning moeten leiden. Dat vergt een cultuuromslag: met de cliënt meelopen. In het tempo van die cliënt en zijn omgeving. Dat is denk ik het moeilijkste wat er gebeurt, want dat betekent dat standaardisering om aanpassing vraagt. Als je honderd cliënten hebt, kan je dan met honderd mensen meelopen, en dan ook alles nog bewaken? Nee, dat gaat niet.’

‘Digitale instrumenten kunnen de mensen en de professionals helpen om wel meer op maat mee te lopen. Met de Sociale Benadering Digitaal en Partner in Balans zetten we eerste belangrijke stappen.’

Meer info: 
Zeeuwse Zorgschakels
Zorgschakeldag (gesprek met Anne-Mei Thé)
Breinlijn

1 reactie op “‘Digitalisering kan de zorg persoonlijker maken’”

  1. Pingback: Lessen van de eerste golf – Digital Health Lab

Reacties zijn gesloten.